Mijeenzorg publiceert artikelen over maatschappelijke kwesties.

Met name gezondheidszorg is regelmatig het onderwerp. 

Naast de gebruikelijke- worden ook niet-gangbare bronnen geraadpleegd. Wat ons drijft is om achter achter de muur van eenzijdige berichtgeving op zoek te gaan naar informatie, die om welke reden dan ook, niet zo maar wordt prijsgegeven.


Het doel is om een bijdrage te leveren aan het vormen van een geïnformeerde mening, die wellicht leidt tot het maken van individuele keuzes.






Posts

By Martin Polman • September 14, 2026
‘What’s in a name?’ Als de eerste lettergreep van je achternaam grap is, dan zal dat aandacht trekken, als je je voorstelt. Kleine grap wordt grote grap, Grappy voor vrienden. Hij is in goeden doen, presteert naar vermogen, schopt het tot jurist en op enig moment krijgt hij de eervolle taak om als minister, het nationale recht te dienen. Vrouwe Justitia wordt ruw door haar dienaar verkracht, als een virus uitbreekt. Basisrechten, vastgelegd in de grondwet, worden opgeschort en het parlement wordt gepasseerd. Collega ministers kunnen, zonder enig juridisch weerwoord, de wet met voeten treden. Wetenschappelijke adviezen worden gemanipuleerd en vertaalt naar repressieve maatregelen. Voor de beeldvorming springt de minister zelf op de fiets om op straat de sociale afstand te controleren. In zijn onmacht verliest hij zich in schelden. Te weinig afstand: ASO’s! Gezagsdragers met kritische vragen: soepjurkjes! Zelfbenoemde dictators zien steevast dezelfde valkuil voor zich opdoemen. Strenge regels en stevig handhaven maar in eigen kring wordt er op los geknuffeld, zo blijkt uit de foto’s van zijn huwelijk. Wetten zijn er immers voor het volk. De media hadden maandenlang precies gedaan wat van ze verwacht werd, dus het circuleren van de confronterende trouwreportage moet een nare verrassing zijn geweest. Het huwelijk Grapperhaus/Wytzes is het vleesgeworden bewijs dat de politiek met de pers in bed lag. Liesbeth Wytzes was columnist voor Elsevier Weekblad. Haar over het algemeen fijnbesnaarde bijdrage, werd in crisistijd helaas beïnvloed door de tunnelvisie van haar man. Ergens was het ze gegund, om op hun feest uitbundig de liefde te vieren, Ferd innig gearmd met zijn schoonmoeder. In het benauwende virusnarratief stond dat gelijk aan een moordaanslag op haar leven. Als een farizeeër voldeed hij het bedrag van de boete voor het oog van de camera’s, maar de oplettende Nederlander had iets anders gezien. De minister van justitie weet verdomd goed dat het virus niet erg gevaarlijk is. Op weg naar de parlementaire enquête commissie, moet het Grapperhaus dun door de broek zijn gelopen. Reeds bij de eed begon het gesnotter. Pure angst voor doorsnijdende vragen en harde oordelen. De ondervragers, ze keken wel streng, maar het kwam niet verder dan wìe nou precies de besluiten had genomen. Van de vele draaien-om-hete-brij-antwoorden werd niemand wijzer. Daarna volgden foei-vraagjes over foute woordkeuze in appjes. Deze inhoudsloze enquête toont diepe minachting voor het electoraat en als het iets heeft blootgelegd, dan is het wel dat de hoofdrolspelers schijt hebben, aan het door hen misleidde volk. Weerzinwekkend dedain, fouten erkennen, nou ja, details misschien, maar op hoofdlijnen zouden het precies weer zo doen. Toen bleek dat van een Fauci-roast geen sprake was en Ferd niets te vrezen had van het softe clubje, maakten de tranen plaats voor een vileine lach. Onbesproken blijven de bij het vuil gezette grondrechten. Geen vragen over de door hem persoonlijk afgegeven snoeiharde geweldsinstructie, mits de demonstrant tegen virusmaatregelen was. Niets over de conclusies in het mondiale rapport van Amnesty International, waarin is vastgesteld dat de Nederlandse overheid de handhaving tijdens de coronapandemie heeft misbruikt als dekmantel, voor het inzetten van buitensporig geweld tegen demonstranten en het schenden van mensenrechten. En de rechterlijke macht, bezag dit alles zwijgend. Grapperhaus, met zijn geschoren schedel en zonder intellectueel brilletje, is welhaast een volmaakt karikatuur van een beul. En beulen dienen te worden voorgeleid, bij het Internationaal Gerechtshof. Geen grap.
By Martin Polman • February 7, 2026
Na een kwartier wachten op de ziekenhuisapotheker in zijn kantoor, zwaait de deur open en die gaat met een knal weer dicht. “Jullie zullen wel blij zijn”!, briest hij en voegt er aan toe, “Jullie kunnen een grote bestelling verwachten”. Het is meteen helder dat de geplande contractonderhandelingen op later tijdstip plaats vinden. “Wat is er aan de hand”? informeer ik. Gretig beantwoord hij mijn vragen en loodst mij van verbazing naar verbijstering. De commotie is ontstaan over een patiënt die in zijn ziekenhuis is opgenomen met de diagnose diep veneuze trombose(DVT). Juist deze dag staat de operatie op het programma voor onderbeenamputatie. In het weekend heeft de patiënt een emotioneel appèl gedaan op de chirurg om alles, maar dan ook alles in het werk te stellen, om de verminkende ingreep te voorkomen. Daarop heeft de arts hoge doses trombolyticum toegediend, dat tegen de verwachting in, wonderwel bleek te werken. De stolsels lossen op, de operatie is afgezegd. Iedereen blij zou je zeggen, maar toch niet deze apotheker. Als hij er achter komt dat zijn apotheek is geplunderd(zijn woorden), zonder overleg, wordt hij witheet. Dit speelt zich af midden jaren negentig, als apothekers de rol van budgethouder voor farmaceutica zijn toebedeeld. De medicijnen die bij voorkeur worden voorgeschreven worden opgenomen in formularia. Omdat apothekers een hoge vorm van dienstbaarheid betrachten met het leveren van producten, wordt de nieuwe rol over het algemeen in goed overleg met behandelaren en directie ingevuld. Uitzonderingen daargelaten. In dit ziekenhuis was sprake van oplopende budgetoverschrijding voor geneesmiddelen. Behandelingen buiten het gebruikelijke, zouden uitsluitend na overleg worden ingesteld. De dienstdoende arts, die een sleutel van de apotheek heeft, handelt naar wijsheid zonder overleg. Aan de patiënt is voor 12.000 gulden trombolytica toegediend van het merk, geleverd door het bedrijf dat ik vertegenwoordigde. Als een ware Raspoetin(bezeten monnik) gaat de apotheker op zoek naar “de dader” en geeft hem te verstaan, dat als nog 1 keer producten uit de apotheek worden gehaald, dit onherroepelijk zal leiden tot ontslag. Dat gaat hij hoogstpersoonlijk regelen. Hij is nog steeds in alle staten. Twaalfduizend gulden!! Zonder overleg! Ik vraag hem of hij toestemming zou hebben gegeven. “Natuurlijk niet! daar is toch helemaal geen budget voor”. Op mijn verzoek vertelt hij dat de patiënt een man is van begin 40, vader van een jong gezin en ondernemer. Gezien het fantastische resultaat ga ik geestdriftig op zoek naar invalshoeken die zijn zicht op de situatie zouden kunnen veranderen. de patiënt, het moet voor hem een ongelofelijke opluchting zijn. Het huiveringwekkende antwoord: “we kunnen toch niet in iedere patiënt voor 12.000 gulden medicijnen laten lopen!”. de arts , de behandelaar heeft ten volle zijn eed waar gemaakt. " Het zal hem een zorg zijn". het ziekenhuis, dit is goed voor de reputatie want er is groot lijden voorkomen, geweldige PR. " Mij een zorg". de maatschappij, voor het grote plaatje is dit erg positief want geen langjarige uitkeringen en gehandicapten voorzieningen ten laste van de samenleving: “ Dat zal mij een zorg zijn! Ik wordt afgerekend op dit budget”. Er viel geen eer te behalen. Blinde bezuinigingswoede, geen compassie; geen relativering. Deze aimabele man, ik kende hem al een aantal jaren, is als budgetbeheerder veranderd in een monster. Tijd voor afscheid. Deze verbijsterende ervaring staat niet op zichzelf, ik was al vaker stijl achterover geslagen. Die dag heb ik besloten om dit verhaal ooit op te schrijven. Toen wist ik niet wat ik in de 30 jaar daarna nog allemaal ging tegenkomen. Het meest gebruikte zinnetje van de apotheker is altijd blijven hangen: “Mij een zorg”
Show More