Mijeenzorg publiceert artikelen over maatschappelijke kwesties. Met name gezondheidszorg wordt veelvuldig behandeld.
Naast de gebruikelijke- worden ook niet gangbare bronnen geraadpleegd. Wat ons drijft is om achter achter de muur van eenzijdige berichtgeving op zoek te gaan naar informatie, die om welke reden dan ook, niet zo maar wordt prijsgegeven.
Het is zeker niet de bedoeling om een discussie in het voordeel te beslechten. Wel willen wij een bijdrage leveren aan het vormen van een mening die eventueel leidt tot het nemen van persoonlijke besluiten.
Posts

‘The doctor’, een schilderij van Luke Fildes, is een artistieke weergave van een arts in de 19e eeuw bij een ernstig ziek meisje. De behandel-opties zijn uiterst beperkt in het pre-farmaceutische tijdperk en met alle uitvindingen door de medische industrie in het verschiet. De bezorgde vader van het meisje troost de ontredderde moeder. Zo’n 150 jaar later puilt de tas van de arts uit van behandelmogelijkheden. Zijn zorgen zijn evenwel niet verminderd. De stormachtige ontwikkelingen ten spijt, kan worden vastgesteld dat de westerse mens weliswaar langer leeft, maar er niet gezonder op is geworden. Medisch handelen staat inmiddels in de top 3 van de ranglijst doodsoorzaken. De ouders van nu kunnen niet klakkeloos hun lot uit handen geven. Zij volgen met argusogen, of het therapeutisch arsenaal met wijsheid wordt toegepast. Wat zou de situatie geweest zijn, als van ‘gezondheid’ en niet van ‘ziekte’ het verdienmodel was gemaakt? Naast gezondheid en vrede, veel moed en wijsheid in 2026!

De auto die iedereen had maar die (bijna) niemand wilde. Iconische, vierkante, kunststof carrosserie, uitgerust met een 26pk sterke koffiemolenmotor en Spartaans afgewerkt. De autobezitter in het voormalige Oost-Duitsland, had bijna altijd een Trabant of anders een Wartburg. Zo was dat in de communistische heilstaat, met een absoluut gelijkheidsbeginsel. Werd niemand gelukkig van. Dit soort onvrijheid voor gelijkheid lijkt iets van achter het ijzeren gordijn maar het bestaat nog steeds en dichterbij dan gedacht! Wie in aanmerking komt voor een medisch hulpmiddel, zoals een gewricht vervangend implantaat, zal het product krijgen dat de verzekeraar aan een ieder vergoedt. De zorg als stalinistische enclave in de vrije markteconomie. Nederlanders mogen namelijk overal geld aan uitgeven, een groter huis, een betere auto of prijzige kleding, maar het is bij de wet verboden om te mogen bijbetalen voor een implantaat van betere kwaliteit. Uitgerekend producten die voor langere tijd, of voor het leven, IN het lichaam worden geplaatst: geen informatie, niets te kiezen voor de zorgconsument. Omwille van kostenbeheersing en voorkomen van tweedeling. Zou iedere patiënt standaard het beste implantaat worden aangeboden, dan hebben we het nergens over, maar die tijd ligt al lang achter ons. Sinds de stelselwijziging in 2006, met verzekeraars als zorgwaakhonden, begeven we ons met medisch materiaal op een hellend vlak. Almaar strakkere contracteisen nopen behandelcentra tot het inkopen van goedkopere spullen. De geldschuiver noemt het optimalisatie, de klemgereden behandelaar ervaart inferieure kwaliteit. De verzekeraars verschuilen zich achter de simpele verklaring dat gewerkt wordt met goedgekeurde producten. Het CE-certificaat wordt echter toegekend na testen op functionaliteit en veiligheid. Zo gaan kwaliteitsverschillen als duurzaamheid, belastbaarheid, slijtagegevoeligheid en meer, onder het tapijt. De consument, als grote verliezer, wordt niet over geïnformeerd door de behandelaars. Er valt immers niets te kiezen. Vermakelijk is dat de zorgverzekeraars in de communicatie naar het veld geregeld metaforen gebruiken uit de auto-industrie. Dat begon met “Niet iedereen heeft een Audi A6 nodig”. Vervolgens zijn we via de “VW Passat” bij de “Ford Focus”, terecht gekomen. “Ja, maar de meeste Nederlanders rijden in zo’n wagen, dus middelmatige kwaliteit past bij het gemiddelde consumentengedrag”, zo wordt het geweten gesust. Verzekeraars hebben niets met individuele behandelwensen en het idee dat mensen een implantaat zien als een investering in gezondheid. Zij willen een oplossing voor de kudde. Op enig moment doemde zelfs het spreekwoordelijke ‘oude vrouwtje’ op in het jargon. Ditmaal niet in verband met occasions(weinig gelopen) want medische producten gaan mee het graf in, ook al zijn ze pas kort geleden geplaatst. In de ogen van haar zorgadviseurs moet zo’n “oud vrouwtje” toch toe kunnen met een “Fiat cinquecento”. De NL zorgmarkt is in de laatste 10 jaar relatief ontoegankelijk geworden voor innovaties. Veel kwaliteitsproducten, die overal in Europa worden gebruikt, zijn uit het zicht verdwenen. Geruisloos raast de zorg op de snelweg van verschraling, richting ziekenfonds-‘Trabant’. Deze bezuinigingswoede slaat behandelaars het recht uit handen om voor de individuele patiënt het beste materiaal te kunnen adviseren. Wat heeft een actieve 50-er aan een “Fiat 500”? Dan gaat het ten koste van bewegingsvrijheid en kwaliteit van leven. Bij intensief gebruik kan het leiden tot nieuwe klachten, medicijngebruik en herbehandeling. Toenemend verzuim? Niet de verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars! Zo bezien maakt dit beleid de zorg dus helemaal niet goedkoper! De eenvoudige oplossing is om de wet aan te passen en bijbetalen voor medische hulpmiddelen per direct toe te staan. Dan kunnen artsen weer gewoon hun werk doen en patiënten een menukaart aanbieden met informatie over de verschillende materialen. Iedereen krijgt dezelfde vergoeding voor een specifieke behandeling. Als de zorgconsument bereid is de meerprijs te betalen dan is dat in de vrijheid die in onze economie zo waardevol wordt geacht. Wellicht wordt zelfs bespaard op de volgende auto. De kwaliteit van zorg kan drastisch omhoog zonder gevolgen voor de zorgpremies. Sterker, de totale kosten zullen dalen want iedere behandelaar weet: ‘De goedkoopste patiënt, is de best behandelde patiënt’
